Kinderbekkenfysiotherapie?

Wat is kinderbekkenfysiotherapie?

Kinderbekkenfysiotherapie (KBF) is een specialisatie binnen de fysiotherapie waarbij een kinderfysiotherapeut of een bekkenfysiotherapeut zich heeft gespecialiseerd met een 1 jaar durende post-HBO opleiding in het behandelen van kinderen met plas- en/of poepproblemen.

Inventarisatie van de hulpvraag:

Tijdens de eerste intake legt de KBF eerst aan het kind en de ouders uit wat kinderbekkenfysiotherapie in algemene zin inhoudt. Het kind wordt op zijn of haar gemak gesteld. De anamnese is gericht op het kind en waar nodig met hulp van de ouder beantwoord het kind de vragen van de KBF. Het kind staat hierbij centraal en de KBF probeert een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de problematiek en de hulpvraag van het kind. De kinderbekkenfysiotherapeut speelt in op de belevingswereld van het kind. Spelenderwijs leert het kind om weer vertrouwen in haar/zijn eigen lichaam te krijgen.

 

Geven van voorlichting en uitleg

Het bekken en de bekkenbodemspier zijn vaak onbekend terrein bij kinderen en ouders. De KBF kan met goede uitleg en ondersteuning van visuele illustraties inzicht geven. Hierbij staat educatie en demystificatie op de voorgrond. De kinderbekkenfysiotherapeut legt aan het kind en de ouders uit wat de klachten zijn zowel lichamelijk als mentaal. Demystificatie betekent ophelderen en uitleggen.Het is belangrijk dat zowel ouder als kind weet wat er met het kind aan hand is en welke middelen je kan gebruiken om de klacht te verhelpen oftewel inzicht geeft in de klacht.
Er zal gebruik worden gemaakt van onderstaand schema binnen het plan van aanpak.

De therapie bij kinderen met plas- en poepproblemen kan bestaan uit:

  • Uitleg aan ouders en kind over het ontstaan en de mogelijke oorzaak van de klacht
  • Uitleg over de blaas, darmen, plassen en poepen en de bekkenbodem m.b.v. leuk overzichtelijk kindvriendelijk plaatmateriaal.
  • Uitleg en training van de juiste toilethouding en toiletgedrag
  • Uitleg en advies over vochtintake en vezels

Oefentherapie kan gericht zijn op:

  • Algemeen lichaamsgevoel en bewegingsgevoel oefenen
  • Ademhalingsoefeningen/ ontspanningsoefeningen
  • Bewustwording van de bekkenbodemspieren
  • Goed leren voelen en reageren op de aandrang om te plassen en te poepen
  • Adequaat reageren op aandrang en het vergroten van blaascapaciteit

 

Bron: SOMT

 

Doelgroep

  • Urineverlies overdag
  • Bedplassen (enuresis)
  • Uitstellen van mictiegedrag
  • Moeizame en/of pijnlijke ontlasting (obstipatie)
  • Angst om te plassen of ontlasten
  • Vaak plassen (urge)
  • Ontlastingsverlies
  • Overactieve bekkenbodem
  • Overactieve blaas
  • Onderactieve blaas
  • Chronische buikpijn zonder aantoonbare oorzaak
  • Problemen op het gebied van de seksualiteit bij adolescenten.

 

Verwachting van het kind

Van het kind zal verwacht worden dat het zich houdt aan de gemaakte afspraken wat betreft mictiefrequentie (4-8 maal daags), vochtintake (leeftijdsafhankelijk) en defecatiefrequentie. (3 tot 7 maal per week, Bristolstool 4-5). Verder zal het belangrijk zijn dat het kind zelf van zijn/haar bekken gerelateerde klacht af wil komen. Als het kind zelf niet geholpen wil worden zal het voor therapeut en ouder moeilijk worden om te helpen. Beloningssystemen kunnen hierbij helpen.

Deel dit bericht via